Terwijl de sinterklaasliedjes in mijn oren klinken, begin ik aan dit stukje over Kerstmis vieren. December, ook wel eens de feestmaand genoemd, begint met de feestdag van St. Nicolaas en meteen na
5 december zie je volop de kerstversiering verschijnen, voor zover die er nog niet was. De winkels puilen uit van mooie dingen, die onze begeerte opwekken en van lekker eten dat ons doet watertanden. December is de feest-, geef- en eetmaand bij uitstek.
Maar december is meer dan dat. Het is de tijd van de advent en van Kerstmis. Advent is dromen dat Jezus zal komen, zingt een kinderliedje. Zo mooi en zoet zal het niet zijn. Maar wel zien wij uit naar iets nieuws: naar de geboorte van een kind. Wij gaan Kerstmis vieren vanwege dat Kind. Kerstmis, dat is de dag van vrede, vreugde, van een nieuw begin. Waarom? Omdat wij met Kerstmis vieren dat God dicht bij mensen wil zijn. Hij wordt zichtbaar in een mensenkind, broos en kwetsbaar. Ja, broos en kwetsbaar. Want het is allerminst vanzelfsprekend dat Gods Naam wordt gehoord in onze geschiedenis, in onze wereld. Nog minder is het vanzelfsprekend dat Zijn Naam wordt geëerd in woord en daad. Reclameteksten willen ons het tegendeel duidelijk maken: dat Hij niet bestaat, dat wij op moeten passen dat wij als echte mensen niet aan de goden overgeleverd worden.
God is mens geworden, vieren wij met Kerstmis. Wij vieren het in volle kerken en in de geborgenheid van ons eigen huis. We worden eigenlijk een beetje stil. Want God, mens geworden in Jezus van Nazareth is eigenlijk een mysterie, een geheim en dat koester je als een dierbaar en kostbaar bezit. Je hoeft er eigenlijk niet over te praten, laat staan dat je je hoeft te verdedigen omdat je Kerstmis viert in de kerk.
Laten wij allemaal op Kerstmis, temidden van alle lampjes, lichtjes en kaarsjes ook maar één kaarsje opsteken en er even stil bij staan. Dan mogen wij bedenken dat God licht wil zijn in onze soms zo duistere wereld vol verdriet en vragen. Hij wil ons nabij zijn. Hij komt als kind en vraagt zo aan ons om opgenomen te worden in ons bestaan. Hij vraagt of Hij bij ons mag zijn, wij die immers ook vaak broos en kwetsbaar zijn als een kind.

pastor H. Helsloot