"Hij gaat ons straks verlaten, hij laat ons niet alleen,
Wat wij in hem bezaten, is alom om ons heen. "
Op vrijdagmiddagmiddag zitten we heerlijk buiten in de zon achter het Willibrordushuis voor een serieus, maar gezellig praatje. Pastor Bill van Schie neemt eind juni afscheid van Akersloot en de HALE. Wij willen als kerkgemeenschap, waar Bill in 2001 begon, nog graag wat horen over zijn ervaringen, zijn ‘doen en laten', zijn ruime blik op kerk en maatschappij en zijn ‘mens-onder-de-mensen zijn'.
Je bent hier als een engel in de nood binnen komen vallen, nadat pastor Walstra met emeritaat was gegaan. Je begon zo ongemerkt. Alsof je uit het niets opdoemde.
Wat viel er mee, wat viel er tegen, of wat was het meest opvallende bij die overgang van aalmoezenier naar pastoraal werker in een parochie?
Bij de marine was ik onder de jongens, ik was en voelde me één van hen. Alles deelde je met elkaar, de hele dag. We waren lang van huis. Er was veel begrip, veel aandacht en solidariteit. We maakten samen veel mee en in een gesprek kom je dan dichter tot elkaar. De jongens zagen me als een verlengstuk van thuis.
Na zo’n vijf jaar op zee en in het veld werd ik ziekenpastor. Ik kruiste het hele land door en bezocht de zieken van het corps. Ik heb in die perioden veel ervaring opgedaan, wat me later bij het parochiewerk goed van pas kwam. De laatste vijf jaar kreeg ik bureaudienst in Den Haag, collega' s inwerken, sollicitaties afhandelen; nee, chef de bureau was voor mij niet het échte werk. Ik miste dat gevoel van erbij te horen. Het was niet mijn leukste tijd. Hoewel er ook voordelen aan zaten. Na 15 jaar zat mijn tijd bij de Marine erop.
Ik wilde nog wel wat gaan doen, maar ik stond niet te trappelen om in een parochie te gaan werken. Ik had daar geen enkele ervaring mee. Maar je kunt nu eenmaal niet alles regelen. Het parochiewerk diende zich aan. Ik dacht: "Ik kijk wel, hoe het gaat." Zo kwam ik in Heiloo als assistent van pastor Helsloot.
Ik voelde me geen pastor, toen ik in Heiloo kwam. Ik begon met schilderijtjes ophangen, (volgens Marieke). Ik kreeg dan ook meermalen de goede raad om me als parochiepastor te presenteren. Langzamerhand kreeg ik daar een beeld bij.
Wat vond je specifiek in de Willibrordusparochie? Was het je eerste parochie? Wat had je niet verwacht en wat juist wèl?
Ik kwam in de Willibrordus op het goede moment. De Moeder Godskerk was verkocht, de verhuizing was achter de rug, de Willibrord verbouwd en in gebruik genomen. Er moest nog wel veel gebeuren, maar er was veel werk verzet door een enorm groot aantal vrijwilligers. Dat sprak mij aan: zoveel mensen, die samen de parochie dragen. Ik had dat niet verwacht, maar ik vond het geweldig.
Welk aandachtsgebied is je op het lijfgeschreven?
Dat is de catechese, het geloofsonderricht. Tenslotte ben ik jaren onderwijzer geweest, eerst in Oegstgeest, later in Limmen en nadat ik mijn MO theologie heb gehaald, heb ik drie jaar godsdienstles gegeven aan het Pius X College-in Beverwijk. Dat was een lastige klus! Er was bij de jeugd weinig of geen belangstelling voor godsdienst. De school was in naam katholiek, maar men vond godsdienst niet zo relevant. Daarom ben ik overgestapt naar de Marine, waar ik vijftien goede jaren heb gehad.
Toen ik in de parochie ging werken, heb ik mijn liefde voor het onderwijs weer opgepakt door o.a. een leesgroep te beginnen. We lazen en bespraken met een groepje parochianen én gemeente-leden enkele, laat ik zeggen, 'ketterse' boeken. Boeken die niet de traditie volgen, niet de geijkte paden. Je loopt a.h.w. niet midden op de weg, maar aan de kant en ontdekt daar nieuwe dingen, die je een andere, frisse kijk geven, die je leren om oude dingen met nieuwe ogen te bezien. Wat dof is, wat je niets doet, laat je liggen.
Hoe kwam je er indertijd toe om theologie te gaan studeren?
In de tijd, dat ik op school werkte, vormde de ervaringscatechese de basis van het godsdienstonderwijs. Iedere maand kwamen we o.l.v. een districtscatecheet bij elkaar om projecten door te spreken. Er bleven bij mij veel vragen open. Ik wilde meer weten en begon mijn studie aan de Katholieke Theologische Hogeschool in Amsterdam. Naast de school was het hard studeren. In die tijd werden ook onze kinderen geboren. Kortom: het was een heftige tijd!
Na het overlijden van pastor Margot Strack van Schijndel stelde je je beschikbaar voor Akersloot. Je was voor de mensen daar geen onbekende. Toch lijkt het me moeilijk om in die omstandigheden het aanspreekpunt voor een parochie te worden en zo 'n vertrouwde pastor te vervangen. Hoe heb je dat ervaren?
Omdat ik besefte, dat er na het overlijden van Margot niet gauw in die vacature zou worden voorzien, heb ik mezelf aangeboden om de parochie in Akersloot tijdelijk onder mijn pastorale hoede te nemen. Het parochiebestuur was er blij mee en verleende alle medewerking. De bisschop zag het ook wel zitten en in september werd ik aangesteld als de eerst-verantwoordelijke voor de Jacobus Majorkerk te Akersloot. Ik ben daar rustig aan begonnen. Margot straalde iets van moederlijke zorg uit. Dat werd gelukkig niet van mij verwacht. Maar waar zij mee bezig was, heb ik doorgezet. Langzamerhand kreeg ik het vertrouwen van de mensen. Maar Margot was nog lang op de achtergrond aanwezig. Ook nu nog.
Bleef je in de geest van Margot verder gaan, of heb je ook nieuwe wegen ingeslagen?
Ik heb het parochiebestuur beloofd om de parochie minstens drie jaar te begeleiden. Het zijn er vier geworden. Om de continuïteit zoveel mogelijk te waarborgen en met het oog op de toekomst en het tekort aan pastores, heb ik geprobeerd om een pastoraatsgroep op te richten. Na herhaalde oproepen hebben zich drie vrijwilligers gemeld, waarvan er twee zich weer hebben teruggetrokken. Dat is dus niet gelukt, wat ik heel jammer vind.
De Akersloters zien de nood niet zo hoog. Pastor Helsloot blijft ook nog op de achtergrond.
Komt tijd, komt raad. Verder is er geen vacatureboek. Alle functies worden door vrijwilligers vervuld. De Akersloters zijn doeners. Het gaat prima zo.
Je schreef in de Willibrordusparochie het 'Kerkstraatje' voor de Weekcommunicatie, dat nu door Marieke Hoetjes is overgenomen. Heb je die gewoonte in Akersloot doorgevoerd?
In Akersloot publiceer ik het KERKLAANTJE met daarin het wel en wee van Akersloot. Zo blijft ieder op de hoogte. Het wordt veel gelezen, dat merk ik. Maar lange In Memoriams zet ik er niet in.
Hoe is je ervaring met het werken in teamverband en het voorgaan in de andere kerken van de HALE?
De samenwerking tussen de HALE pastores is goed. Het samenwerkingsverband heeft de afgelopen jaren goede resultaten opgeleverd vooral in die zaken die een gemeenschappelijke aanpak vragen. Daarbij heeft ook elke pastor zijn eigen kwaliteiten en kan zo dus een optimale bijdrage worden geleverd. Samen optrekken bespaart veel tijd en energie. Toch merk ik, dat in de parochie de mensen graag een eigen pastor zien.
Wat vond je de prettigste kant van je werk? Wat laat je als je testament achter voor de kerk van Akersloot en voor de HALE ? Wat wil je deze kerken en de kerk in het algemeen voor de toekomst toewensen?
Om bij de HALE te blijven: de heipalen in de grond slaan voor een stevig fundament, voor een collegiale samenwerking, om gedachten te ordenen, om doelstellingen te formuleren, om een tijdspad uit te zetten en een beleidsplan te maken. We hebben dat samen tot stand gebracht. We hebben elkaars kwaliteiten en inbreng nodig.
Voor de parochie was mijn taak anders: mensen inspireren en bevestigen, moed geven. Er liggen zoveel schatten voor het grijpen. Daar kunnen mensen iets mee doen. Ze kunnen het anderen melden, dóórvertellen, ook in hun levenshouding, hun instelling. Maar dan moeten ze er wel eerst kennis van nemen. Er is zoveel
wat de moeite waard is in onze kerk. Ik wens de kerken toe, dat zij erin slagen om de mensen enthousiast te maken voor de geloofsschatten, die in de kerk ‘op de plank liggen’.
Om betrokken parochianen wat verdieping mee te geven, om zo meer zin en richting aan hun leven te geven. Veel oudere parochianen klagen erover, dat ze zo weinig weten van hun geloof.
Daarom vind ik ‘Rond de Waterput’, het oecumenisch programma in Heiloo met kennisoverdracht, zo'n goed initiatief. Een groeiende samenwerking met oecumenisch Akersloot en Uitgeest zou ik van harte toejuichen.
Wat wens je je opvolger, pastor Hudepohl, toe bij je vertrek?
Dat hij de tijd krijgt om te wennen, om zijn eigen plaats in de geloofsgemeenschap te vinden en om zijn eigen kwaliteiten te ontwikkelen. Maar vooral hoop ik, dat hij dicht bij de mensen gaat staan en hun vertrouwen weet te winnen.
Heb je bij je werk veel steun, inspiratie en bemoediging ondervonden van je vrouw en kinderen, of hield je werk en privé streng gescheiden? Zijn je vrouw en kinderen blij, dat je met emeritaat gaat?
Ja, heel veel, vooral van mijn vrouw Marga. Zij heeft mij de ruimte gegeven om te doen, wat ik graag wilde. In mijn studieperiode gaf ze mij de tijd om rustig te studeren. In mijn marine-periode was ze vaak alleen met de opgroeiende kinderen. Dat was niet gemakkelijk. Het parochiewerk is voor een gedeelte weekendwerk, waardoor je niet zomaar een weekend weg kan. De kerk vraagt veel aandacht. Straks is de druk van de ketel en kan ik haar wat meer aandacht geven. Hoewel ze nog doorgaat met werken, maar er komt toch meer ruimte voor ons allebei.
Wat ben je van plan om in de komende jaren, als je gezond blijft, te gaan doen met zoveel zeeën vrije tijd?
Blijf je zo mogelijk beschikbaar voor noodsituaties?
Ik ga verder met de studie theologie. In augustus ga ik naar Rome om een reis voor te bereiden. Volgend jaar april ga ik naar Rome met een groep mensen uit Akersloot. Ik stop niet, ik sla een andere weg in. Ik blijf in de buurt en zal helpen, als dat nodig is. Ik word weer vrijwilliger. Zo ben ik ook gekomen.
A. Schaap