In de grote communicatie van 28 oktober 2007 stond een interview met Lau Jonker vanwege het feit, dat hij de laatste dopeling was in de oude kerk. Mijn moeder was een volle nicht van Lau en het kon wel eens zijn, dat mijn ouders een van de eerste bruidsparen waren, die in de nieuwe kerk trouwden, nl 3 september 1931.

Zelf ben ik geboren in 1932 en ik heb veel herinneringen aan kerk en pastorie. In 1938 ging ik naar de eerste klas van de jongensschool aan de Westerweg, de school van meester Tamis. Iedere morgen moesten we naar de kerk. Er waren twee heilige missen. Ging je naar de vroegmis, dan moest je in de banken van het kruis gaan zitten, dat wil zeggen, rechts vooraan. Je zat dan onder de strenge hoede van meester Tamis. Eens was ik met mijn vader naar die vroege mis en ik mocht natuurlijk bij vader blijven zitten. Meester Tamis vond dat niet goed. Mijn vader steeg bij mij geweldig in achting, toen hij in deze kwestie het durfde opnemen tegen meester Tamis.

Van de katechismuslessen op school herinner ik me nog kapelaan Wensveen, die in 1940 gestorven is. Ook waren er de kapelaans Tulp, van der Voorn en Lagerberg. Ik was misdienaar geworden en tegen het einde van de oorlog moest ik zorgen voor een cadeautje bij de verjaardag van kapelaan van der Voorn. Na het ophalen van centen en stuivertjes was de grote vraag: wat moeten we nu voor hem kopen? De pastorie wist raad: zorg voor een wittebrood! Ik ging dus met mijn centjes naar bakker Denneman die tegenover de kerk zijn bakkerij had. Het wittebrood kwam er en werd erg gewaardeerd. Toen kapelaan van der Voorn werd verplaatst en zijn opvolger werd kapelaan Adank, mocht ik met een paar andere misdienaars helpen bij de verhuizing. Ik herinner me nog, dat toen kapelaan Adank aankwam en samen met ons de kamer van kapelaan van der Voorn betrad, hij zei: “Wat is het hier akelig netjes.”

Als misdienaars hadden we onze eigen sacristie. De ingang daarvan lag rechts, naast het Maria-altaar. De ruimte voor de misdienaars was naast de grote sacristie (de huidige dagkapel). Daar hingen langs de wand de zwarte toogjes en onder de toogjes had je de hokjes voor de gymschoentjes, die we op het altaar moesten dragen. Naast de misdienaarsruimte was nog een rommelhok en dat is tegenwoordig de doorgang naar de huidige sacristie voor de pastor.

Als je in de kerk kwam, zaten de mannen rechts en de vrouwen links. Mijn moeder had een plaats op de eerste bank in het kruis vooraan (ongeveer daar waar nu het orgel staat). Bij het begin van de dienst kwamen daar altijd via het zusterdeurtje de zusters binnenlopen, mooi op een rij.

Als misdienaar mocht je soms een paar uur vrij van school om te dienen bij een huwelijk of een uitvaart. In die tijd waren er nog verschillende klassen. Als misdienaars liepen we dan na de huwelijkssluiting vóór het bruidspaar uit naar de pastorie. Daar stond dan Wouter Kaandorp, de koster, die dan altijd zei: “Als bruid en bruidegom eerst elkander even willen feliciteren, dan kan ik het ook doen.” De misdienaars kregen vaak een presentje in de vorm van bonbons of iets dergelijks van het bruidspaar en we hadden het liefst een bruidspaar van de tweede klas. We zeiden onder elkaar, dat de eerste klas tè rijk was en de derde klas te arm, maar de tweede klas gaf gewoonlijk het meest.

Misschien dat nog veel meer oud-misdienaars iets kunnen vertellen over die tijd, bijv. over de moeilijkheid om tussen epistel en evangelie het zware misboek met standaard via de altaartrappen over te brengen van de zgn. epistelkant naar de evangeliekant.

Lau Jonker vertelt ook nog over de kleine zijdeuren, die als uitgang gebruikt werden. De hoofdingang was bijna altijd dicht. Aangezien de mannen rechts zaten, werd dus de rechteringang gebruikt door de mannen. In het kleine voorportaaltje waren kleine gotische vensters met daaronder een soort vensterbankje. Daar werden zondags soms de sigaren neergelegd, die men thuis al had opgestoken. Ieder wist waar de zijne lag en na de mis ging men dan weer verder met zijn zondagse sigaar.

Dit zijn zo enige herinneringen die bij mij opkwamen naar aanleiding van het interview van neef Lau Jonker.

Pater Aat Borst SCJ.